Dus daar is ’ie hoor: “Het meest (ramp)zalige kookboek”! Een glossy magazine, gemaakt in samenwerking met foodinfluencers, chefkoks en Albeda-studenten, betaald van uw en mijn belastingcentjes, om ons te leren dat we best zonder Jumbo kunnen. Alsof je bij een stroomstoring staat te denken: “Shit, de koelkast doet het niet, maar gelukkig heb ik nog kurkuma en ras el hanout. We komen hier als gezin in ieder geval smakelijk doorheen.”
De ondertitel is ook al goud: “Voor als er pittige tijden aantreden.” Ik vermoed een creatieve sessie met een veel te duur communicatiebureau, twee designposters aan de muur en één stagiair die “lol, pittige tijden, snap je?” roept. En toen knikte iedereen ernstig. En dus zitten wij nu met een veiligheidsregio die denkt dat crisiscommunicatie hetzelfde is als een Allerhande met trauma’s.
Open je dat boek, als je zo dom bent om het niet meteen bij het oud papier te gooien, dan blijkt dat men er bij de VRR vanuit gaat dat de gemiddelde Nederlander voor 72 uur smaakmakers in huis heeft.
Smaakmakers. Geen water. Geen blikvoer. Nee, smaakmakers. Dus niet: “Heeft u batterijen, een radio en medicijnen?” Maar: “Heeft u kerrie, laurier en een foodie-waardige chili crisp?”
De rampenplannen zijn tegenwoordig kennelijk geschreven door een foodblogger met burn-out.
“Maar wat als de crisis door een stroomstoring langer aanhoudt?”, vraagt het koekboek zich af. Ja, wát dan? Dan gaan we toch gewoon back to basics? Of kannibalisme. Eerst tante Sjaan, want daar glijdt het vlees tenminste makkelijk van de botten. Daarna de jonge kinderen van het nichtje, want jong vlees gaart sneller en is lekker soepel. Daar weet Temu tenslotte ook alles van.
Op de achterkant van het kookboek de apotheose van alle woordgrappen: “Zelfs als alles in de soep loopt, eet jij lekker.” Kijk, daar heeft dus een heel team van creatieve geesten voor in een workshop gezeten. Koffie, koekje, flipover, post-its. En dan iemand die zegt: “Nou, als alles in de soep loopt hè… soep… eten… lekker… jongens, dit raakt mensen!”
Maar weet je wat mij raakt? Dat dit wordt betaald uit dezelfde pot geld als waar de ambulancedienst, de brandweer en de onderbezette politie uit moeten zien te overleven.
Dat er sirenes stil blijven omdat er geen mensen zijn, maar dat er wél geld is voor een full colour uitgave met recepten voor “noodsoep met noodkikkererwten”.
En dan Carola Schouten op de achterpagina, in vol ornaat. Alsof ze net MasterChef heeft gewonnen in plaats van een veiligheidsregio voor te zitten. Ze “gaat aan de slag” en vraagt of wij dat ook doen. Carola, met alle respect: ga alsjeblíeft aan de slag met te weinig ambulances op de weg, met verzuipende meldkamercentralisten, met agenten die al blij zijn als ze met genoeg collega’s zijn om de volgende demonstratie, of voetbalwedstrijd, te kunnen overleven. Maar niet met een noodrecept voor “pasta rampone met tomatencrisis”.
We hebben een overheid die bij elke crisis roept dat er “geen geld” is, maar ondertussen wel influencers inhuurt om ons uit te leggen dat je bij een ramp beter wél knoflook in huis kunt hebben. Dat is geen voorlichting meer, dat is narcistische marketing met een sirenelogo.
Wat is de boodschap dan eigenlijk? We kunnen u niet garanderen dat de hulpdiensten komen, maar u kunt sterven met smaak. En daar sta je dan als burger. Met je noodpakket vol bouillonblokjes, in een donker, koud huis, terwijl buiten de ambulance wéér niet komt opdagen omdat er geen personeel is. Maar, zegt de veiligheidsregio: “Zelfs als alles in de soep loopt, eet jij lekker.”
Ja hoor. Als alles echt in de soep loopt, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, dan is dat niet de groentesoep in jullie kookboek. Dat is jullie prioriteitensoep. Met een kennelijk heel dun bouillonblokje gezond verstand.
Liever luisteren? Beluister hieronder de column.
Geschreven door Wouter Sikkenk
© 4EVER49 Radio - Celebrating Life!